zaterdag 7 april 2012

Toepassingskaart 2: Interview met mentor

Doelen:
- Aan de hand van het afnemen van een interview maak je kennis met je mentor en je nieuwe stageklas. In de uitwerking van het interview verwoord je hoe ‘passend onderwijs’ (zorgstructuur) in jouw stageklas vormgegeven is.
- Je leert gericht te kijken naar de sfeer in de klas (het pedagogische klimaat), de groepsdynamiek, de leerprestaties, het klassenmanagement, leerlingen met specifieke behoeften, zorgstructuur en de rol/taak van de IB’er.

Interview gehouden op maandag 12 maart 2012 met mentor Margje Ruiter (groepsleerkracht groep 1/2 De Vlindertuin op maandag en dinsdag).

SFEER
1. Ben je tevreden over de sfeer in jouw groep?
Ja.
2. Waarop baseer je dit oordeel?
De gezelligheid die heerst in de groep.
3. Indien de groepssfeer als positief ervaren wordt, hoe houd je de sfeer in stand? Indien je de sfeer op het ogenblik niet als positief ziet, welke actie onderneem je om de sfeer te verbeteren?
Op tijd ingrijpen bij problemen. We werken met de kanjertraining en daarbij voeren we gesprekken over ongewenst gedrag en oefenen met het omgaan met elkaar.
4. Welke kinderen kunnen op den duur een negatieve invloed geven op de sfeer in de klas?
Kinderen die nadrukkelijk in de klas aanwezig zijn en het moeilijk vinden om zich aan de regels te houden.

RELATIE MET DE KINDEREN
5. Met welke kinderen heb jij een goede relatie?
In principe met alle leerlingen. Er zijn altijd wat leerlingen met wie je een minder goede band hebt, maar de band is er met iedere leerling.
6. Met welke kinderen laat die relatie te wensen over? Waarom?
Geen.

RELATIES ONDERLING
7. Welke kinderen gaan plezierig met elkaar om?
Alle leerlingen kunnen met elkaar samen spelen en werken.
8. Welke kinderen hebben voortdurend of vaak problemen met elkaar?
Gelukkig hebben de leerlingen nooit voortdurend problemen met elkaar. De leerlingen die nieuw zijn, zijn soms wel wat meer handtastelijk en dat zet hen even in een negatief daglicht. Maar gelukkig lost dit probleem zichzelf snel op en komt het weer goed.
9. Is er sprake van duidelijke groepsvorming in de groep? Zo ja, hoe is de relatie tussen die groepen?
Geen negatieve groepsvorming. Wel zijn er vrienden- en vriendinnengroepjes die elkaar wat sneller opzoeken.
10. Welke kinderen zijn duidelijk eenlingen in de groep? Hoe proberen zij in de groep te komen?
De nieuwkomers moeten even hun plekje vinden in de groep. Daarnaast zijn leerling S. en leerling M. nog zoekende, want zij hebben communicatieproblemen door de zwakke beheersing van de Nederlandse taal.

DE GROEP
11. Met welke omgangsregels heeft de groep geen moeite?
Voor elkaar zorgen.
12. Met welke omgangsregels heeft de groep juist wel moeite?
Individuele kinderen hebben moeite met sommige regels. Zoals al gezegd; sommige nieuwe leerlingen vinden het nog lastig om van elkaar af te blijven.
13. Hoe is de groep als jij er niet bent?
Prima.
14. Hoe gaat de groep met elkaar om in de pauze?
Goed, de leerlingen spelen met elkaar en eigenlijk mag altijd iedereen meedoen.
15. Hoeveel tijd besteed je ongeveer in één week aan sociaal-emotionele activiteiten?
Veel. Bij de kleuters is dit een van de uitgangspunten bij het inrichten van het onderwijs. Er wordt veel tijd besteed aan deze activiteiten.
16. Zijn de activiteiten van tevoren gepland of ontstaan die spontaan naar aanleiding van gebeurtenissen of incidenten in de klas?
De meeste activiteiten zijn spontaan. Een keer in de week is er een kanjerkring (gebaseerd op de kanjertraining) waarbij de sociaal-emotionele ontwikkeling natuurlijk centraal staat.

ALGEMENE LEERPRESTATIES (zie bijv. resultaten van leerlingvolgsysteem)
17. Hoeveel kinderen zitten er in de klas? (bij combinatieklassen de verdeling erbij zetten)
Er zitten 28 leerlingen in de klas. 14 daarvan zitten in groep 2, 11 zitten in groep 1 en momenteel hebben we 3 leerlingen in groep 0.
18. Hoe is het algemene ontwikkelingsniveau in de groep?
Er is niet echt een heel algemeen ontwikkelingsniveau. We werken hier met heel verschillende niveaus.
19. Hoeveel kinderen presteren beduidend boven dat niveau?
- (niet van toepassing)
20. Hoeveel kinderen presteren beduidend onder dat niveau?
            - (niet van toepassing)
21. Vraag vervalt (alleen voor groep 3 en hoger)

ORGANISATIE
22. Zijn de kinderen in staat tot zelfstandig werken? Ben je daar tevreden over?
Ja de leerlingen werken twee keer per dag zelfstandig aan hun taken. Ik ben tevreden over het verloop hiervan.
23. Ben jij in staat de zwakkere leerlingen tijdens het zelfstandig werken adequaat te begeleiden? Hoe is die hulp georganiseerd?
Ja, doordat de andere leerlingen aan het werk zijn, kan ik met individuele leerlingen of een klein groepje even aan de slag.
24. Zijn er al kinderen in de groep met een eigen leerlijn? Hoe worden die begeleid? Is die begeleiding voldoende in jouw ogen?
            Er zijn geen leerlingen in de groep met een eigen leerlijn.
25. Hoe worden de leerlingen die erg snel zijn en erg goed presteren opgevangen? Zijn jij en de kinderen daar tevreden over?
Aanbod wordt aangepast aan de behoeften, er wordt verdieping aangeboden in de stof. We zijn hier tevreden over.

OVERZICHT SPECIFIEKE BEHOEFTEN
26. Welke leerlingen in de groep hebben specifieke behoeften? Op welke gebieden? (leerprestaties, gedrag / werkhouding)
Leerprestaties; leerling M en leerling J. Gedrag- en werkhouding; leerling H, leerling VD en leerling E.

INDIVIDUELE LEERPRESTATIES
27. Op welk(e) leerstof gebied(en) hebben die kinderen behoefte aan een specifieke aanpak?
           Vooral op het gebied van rekenen.
28. Is er bij sommige leerlingen een duidelijk verschil in klassenprestaties en de scores op de screeningsonderzoeken (bijv. leerlingvolgsysteem)? Heb jij daar een verklaring voor?
We werken met het OVM, hierbij zijn er geen Cito-toetsen, maar veel individuele moment waarop de leerlingen worden gescoord. Daardoor hebben de leerlingen niet door dat ze “getoetst” worden en heeft dit vaak geen invloed op hun prestaties.
29. Zijn de zwakkere leerlingen nog gemakkelijk door jou te motiveren? (per kind nalopen)
Ja, doordat je individueel met de leerlingen gaat zitten.
30. Hoe ervaren die leerlingen hun leerproblemen?
De leerlingen zien dit niet als een probleem. Ze zijn zich hier nog niet bewust van.
31. Heb je voldoende en adequate hulpmaterialen voor handen om deze kinderen goed te kunnen helpen?
Ja, zie de ontwikkelingsmaterialen in de ontwikkelingskasten. Bij de kleuters is dit materiaal eigenlijk altijd voor handen.

GEDRAG EN WERKHOUDING
32. Welke aanpak heb je voor leerlingen met gedrags/werkhoudingsprobemen?
            Consequent zijn, een structurele aanpak volgen.
33. Ben je tevreden over die aanpak?
                        Ja.

OUDERS
34. Hoe ervaren de ouders van leerlingen met specifieke behoeften de problemen van hun kind op school?
Positief, omdat er extra aandacht wordt geschonken. De ouders zijn ook behulpzaam om samen te werken met de school en problemen ook thuis te proberen “op te lossen”.

LEERLINGEN MET SPECIFIEKE BEHOEFTEN
35. Wie van die kinderen ervaar je als erg zwaar?
            Op dit moment heb ik geen leerlingen die ik als zwaar beschouw.
36. Kun je in het kort omschrijven wat het probleem is?
            - (niet van toepassing)
37. Is er voor die leerling(en) een adequaat handelingsplan voor in de klas aanwezig? Zo ja, hoe ziet dat handelingsplan eruit? Zo nee, waarom niet?
            - (niet van toepassing)
38. Komt jouw lesgeven of lesplezier door die leerling(en) onder druk te staan?
            Op het moment dus niet. Dit moet je ook niet laten gebeuren.
39. Ervaar je het aantal leerlingen met specifieke behoeften in de klas als te zwaar om adequaat les te geven?
             Nee.
40. Vind je wel dat die kinderen op jouw school of in jouw klas thuis horen?
            - (niet van toepassing)

DE INTERN BEGELEIDER (IB-er)
41. Welke taak / rol heeft de IB-er hier op school?
Ondersteuning geven door middel van gesprekken, observaties en overzicht op het zorggebied houden.
42. Voel je je als groepsleerkracht voldoende ondersteund?
Soms niet. Pas als het echt escaleert komt er hulp in de klas. De adviesgesprekken geven wel inspiratie, maar bieden niet altijd hulp.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten