zaterdag 7 april 2012

Toepassingskaart 7: Opstellen van individueel handelingsplan

Doelen:
-          Je kunt een individueel handelingsplan opstellen voor een leerling die extra ondersteuning kan gebruiken op het gebied van rekenen.
-          Je kunt een individueel handelingsplan opstellen voor een leerling die extra ondersteuning kan gebruiken op een ander vak- of vormingsgebied.
-          Je oefent in het signaleren, diagnosticeren en remediëren van leerproblemen.

Individueel handelingsplan Rekenen

Naam:                        J. (jongen)
Geboren:                   ?
Leeftijd:                     6 jaar
Groepsverloop:        Oudste kleuter, groep 2
Leerkracht:               Margje Ruiter
Start van het handelingsplan:         22 mei tot en met 12 juni 2012
Opgesteld door:        Fenna de Rooij
Datum van invullen: 17 april 2012
Evaluatiedatum:        12 juni 2012
Hoe gaat er geëvalueerd worden?            Diagnostisch gesprek met J.           
            Gesprek met mentor en ouders?

Wat is het gesignaleerde probleem?
J. ligt achter op het algemene rekenniveau van midden groep 2. Vooral sommen (optellen) tot tien en twintig leveren problemen voor hem op.

En wat is er tot nu toe gedaan?
Onbekend wat er specifiek voor J. is gedaan. Het probleem is gesignaleerd en bekend bij de docenten.

Welke doelen moeten bereikt worden?
J. moet aan het einde van de periode van dit handelingsplan kleine optelsommen tot tien min of meer geautomatiseerd hebben en inzicht hebben in optelsommen tot twintig.

Welke activiteiten kunnen gedaan worden?
Er moeten een aantal stappen terug worden gedaan om het stappenplan van optellen opnieuw aan J. zichtbaar te maken. Allereerst wordt begonnen met het visueel en concreet aanbieden van de optelsommen. Vervolgens wordt dit steeds abstracter gemaakt. Aan het einde moet J. sommen uit het hoofd kunnen maken. De som blijft zichtbaar voor hem op papier.

Met welke middelen?
Materialen om de sommen visueel te maken. Stappenplan om de sommen abstracter te maken. Flitskaartjes met optelsommen tot tien.


Wie doet wat, wanneer en hoe lang?
Fenna begeleidt J. iedere dinsdag tijdens het spelen en werken. De periode bevat vier dinsdagen. Hierop zal steeds tien tot vijftien minuten met J. geoefend worden (in een of twee keer per dinsdag). Daarbij wordt geoefend met het sommen zien, begrijpen, abstraheren en tenslotte automatiseren.

Vervolgsuggesties
-          In te vullen vanaf start
Oudercontacten
-          Plannen met mentor?
Uitkomsten evaluatiegesprek
-          In te vullen vanaf 12 juni


Individueel handelingsplan 3D-gebouwen

Naam:                        S. (meisje)
Geboren:                   ?
Leeftijd:                     5/6 jaar
Groepsverloop:        Groep 2
Leerkracht:               Margje Ruiter
Start van het handelingsplan:         22 mei tot en met 12 juni 2012
Opgesteld door:        Fenna de Rooij
Datum van invullen: 17 april 2012
Evaluatiedatum:        12 juni 2012
Hoe gaat er geëvalueerd worden?            Diagnostisch gesprek met S.          
            Gesprek met mentor en ouders?

Wat is het gesignaleerde probleem?
S. heeft moeite met het bouwen van 3Dfiguren wanneer het voorbeeld een 2Dfiguur is. Zij loopt hierdoor wat achter op de algemene ontwikkeling van midden groep 2.

En wat is er tot nu toe gedaan?
Onbekend.

Welke doelen moeten bereikt worden?
S. moet aan het einde van de periode van dit handelingsplan 3Dfiguren zonder moeite moeten kunnen opzetten aan de hand van een 2Dvoorbeeld.

Welke activiteiten kunnen gedaan worden?
Tijdens het spelen en werken zal S. extra instructie krijgen rondom dit ontwikkelingsmateriaal. Zij zal een aantal keer oefenen met een klasgenoot en een aantal alleen een figuur moeten opbouwen. Er kunnen wedstrijdjes gespeeld worden en er kunnen kringactiviteiten rondom dit onderwerp worden gegeven.

Met welke middelen?
In de kast staat ontwikkelingsmateriaal wat het vermogen vraagt om 3Dfiguren te bouwen. Ook bij de bouwkisten en in de bouwhoek zijn verschillende platen aanwezig om iets na te bouwen.

Wie doet wat, wanneer en hoe lang?
Fenna begeleidt S. iedere dinsdag tijdens het spelen en werken. De periode bevat vier dinsdagen. Hierop zal S. een aantal keer de opdracht krijgen om (eerst samen met een ander klasgenootje) het ontwikkelingsmateriaal uit te proberen. Vervolgens zal S. het ter controle aan Fenna moeten laten zien.

Vervolgsuggesties
-          In te vullen vanaf start
Oudercontacten
-          Plannen met mentor?
Uitkomsten evaluatiegesprek
-          In te vullen vanaf 12 juni

Geen opmerkingen:

Een reactie posten