Doelen:
-
Je bent op de hoogte van het Protocol
Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1- 4.
-
Je oefent met signaleren van dyslexie in
groep 1-2, groep 3 of groep 4.
-
Je bent op de hoogte van het
dyslexiebeleid op je stageschool.
-
Je kunt een vergelijking maken tussen het
dyslexiebeleid op je stageschool en het Protocol Leesproblemen en Dyslexie.
-
Je kunt knelpunten benoemen t.a.v. de
uitvoering van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie.
-
Je kunt het dyslexiebeleid van je
stageschool verwoorden in intervisie.
-
Je kunt het dyslexiebeleid van je
stageschool vergelijken met andere scholen.
-
Je kunt je visie op dyslexiebeleid
verwoorden.
Signaleringlijst
van twee leerlingen
|
|
Leerling S
|
Leerling H
|
|
Specifieke
risicofactoren
|
Geen
dyslexie in de familie, wel een vertraagde spraak-/ taalontwikkeling;
hiervoor gaat S. naar logopedie. Er zijn geen gehoorproblemen en S. beheerst
het Nederlands voldoende. Het is echter onduidelijk of er thuis wordt
voorgelezen.
|
Geen
dyslexie in de familie, verder ook geen problemen met de taalbeheersing, het
gehoor of de spraak. De leerkracht ziet geen problemen met het snel benoemen
van kleuren.
|
|
Oordeel leerkracht
|
Voorziet
geen problemen in groep 3.
|
De
leerkracht voorziet wel problemen in groep 3, maar dit hoeft geen verband te
hebben met taal. De werkhouding van H. is slecht en hierdoor zou hij bepaalde
cognitieve dingen niet mee krijgen.
|
|
Boekoriëntatie en
verhaalbegrip
|
S.
zou genieten van voorleesactiviteiten en dit gedrag ook imiteren in de
leeshoek. Al leest S. niet altijd een boek volgens de juiste richtingen. S.
gebruikt mondelinge taal om het verhaal “voor te lezen”. Er wordt ook niet
altijd aandachtig geluisterd: S. reageert niet op het verhaal. Het spontaan
reageren, vragen stellen en het naspelen van het verhaal gebeurt niet.
Wanneer er naar gevraagd wordt, kan S. matig voorspellingen doen over de
tekst en korte verhalen navertellen.
|
Ook
H. geniet van voorleesactiviteiten, maar H. reageert hier wel op. Zijn
reacties sluiten echter niet op het verhaal aan. H. luistert ook niet
aandachtig naar het verhaal. Ook hij kan matig voorspellingen doen over de
tekst, stelt geen vragen over de tekst uit zichzelf en heeft veel moeite om
een verhaal na te spelen. H. imiteert wel graag voorleesgedrag en kan daarbij
matig de juiste richtingen volgen. Het verhaal kan H. kort navertellen en H.
gebruikt bij het voorlezen soms mondelinge taal, benoemt soms nog de
plaatjes.
|
|
Functie van geschreven
taal en relatie tussen gesproken en geschreven taal
|
S.
is zich zeer bewust van de functie van de geschreven taal en scoort ook
positief op al deze onderdelen. Als S. zelf schrijft, gebeurt dit al met
klank - letterkoppelingen.
|
Ook
H. is zich bewust van de functie van geschreven taal en scoort goed op alle
onderdelen. H. schrijft nog met letterachtige vormen, maar gaat richting het
schrijven van herkenbare letters.
|
|
Taalbewustzijn en
alfabetisch principe
|
Rijmen
gaat S. volgens de docent goed af. Het analyseren en de auditieve synthese
gaan S. niet zo makkelijk af. Ook het benoemen van letters is nog wat zwak.
|
H.
kan rijmpjes en versjes goed onthouden, maar experimenteert zelf nog weinig
met rijm. Ook bij H. gaat het analyseren en synthetiseren nog niet goed en de
letterbeheersing schijnt volgens de docent nog zwak te zijn.
|
|
Functioneel lezen en schrijven
|
S.
schrijft niet uit zichzelf, maar vraagt de leerkracht wel om iets op te
schrijven. S. is niet nieuwsgierig naar het lezen en schrijven en doet dit
ook niet actief.
|
H.
schrijft niet uit zichzelf en vraagt hier ook niet om bij de leerkracht. Ook H.
is niet nieuwsgierig naar het lezen en schrijven en doet dit niet actief in
de schrijf/ leeshoek.
|
Uitslagen
kleuren- en lettertoets
·
Kleurentoets
|
Naam
|
Score kleuren (tijd in sec) –
groepsgemiddelde
|
Aantal goed benoemde kleuren -
groepsgemiddelde
|
Opmerkingen
|
Oefenen
|
|
Huib
|
27
– 21 (+6)
|
20
– 20
|
H.
gooit de beginklanken door elkaar, maar verbetert dit tijdens het zeggen van
het hele woord. “Gggg… blauw, rrr… geel”
|
ja
|
|
Saar
|
19
– 21 (-2)
|
20
– 20
|
Zeer
snel in het begin, later vertraagd S.
|
nee
|
·
Lettertoets
|
Naam
|
Aantal goed benoemde letters
|
Groeps-gemiddelde
|
Opmerkingen
|
Oefenen
|
|
Huib
|
7
|
9
(-2)
|
H.
refereert naar zijn eigen naam en maakt daardoor fouten (b – p). Herkent de
letters dus wel passief, maar actief beheerst H. de juiste
klank-tekenkoppeling nog niet.
|
ja
|
|
Saar
|
4
|
9
(-5)
|
S.
herkent nog weinig letters, maar kent bij de hoofdletters wel de eigen
letters van de naam.
|
ja
|
Resultaatbespreking
met mentor
Bij het invullen van de signaleringslijst gaf
mentor M. Ruiter al een aantal typeringen aan van de leerlingen. Zo zouden
beide leerlingen geen goede letterbeheersing hebben. Toen de resultaten haar
werden voorgelegd, was zij ook niet verbaasd. Omdat ik alle leerlingen uit
groep 2 heb getest, waren er meer leerlingen te bespreken die opvielen. Voor
mentor M. Ruiter was dit soms echt verbazend. Enkele leerlingen laten volgens
haar normaal gesproken wel zien dat ze het kunnen, maar in de lettertoets
vielen de leerlingen dan bijvoorbeeld ernstig uit.
Zowel leerling S. als leerling H. vallen niet
ernstig uit bij de kleurentoets. Wel is leerling H. iets langzamer dan de
gestelde norm van 25 seconden. Volgens het protocol is oefenen echter pas nodig
bij een tijd van (meer dan) 30 seconden. Volgens mentor M. Ruiter is leerling
H. een radende “lezer”. H. is snel afgeleid en vind het lastig om zijn aandacht
er geheel bij te houden en zich ergens op te concentreren. Hierdoor zijn ook de
vreemde beginklanken (zie punt 2, tabel 2: lettertoets) voor haar geen vreemd
gegeven.
Bij de lettertoets vallen zowel leerling S. als
leerling H. iets uit. Leerling H. kent toch wel het aantal letters dat als norm
wordt gesteld in het protocol (6), maar refereert de letters nog niet naar de
juiste woorden en klanken. Het passief herkennen zit bij hem wel goed, maar het
actief benoemen blijkt lastiger. Bij leerling S. ligt het niveau van
letterherkenning nog wat zwak. Omdat uit de lettertoets blijkt dat meer
leerlingen rondom de norm zweven, wil mentor M. Ruiter dit oplossen met een
klein groepsplan. Door meerdere kleine kringen te organiseren waarin letters,
klank – tekenkoppeling en actief benoemen van letters centraal staan, hoopt zij
het niveau te verhogen.
De kleur- en lettertoets zal in juni nogmaals
worden afgenomen om te kijken of dit plan zijn doel heeft bereikt.
Daarnaast zullen enkele leerlingen meer
begeleiding krijgen bij het ontwikkelingsmateriaal in de klas. Er zal specifiek
worden gekeken naar welke spelletjes geschikt zijn om de letterherkenning en
het actieve benoemen daarvan te bevorderen.
Dyslexiebeleid
basisschool De Alleman
Basisschool De Alleman werkt sinds kort met het
nieuwste Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-2. Daarvoor werkte de
school ook al met dit systeem, maar deze was dusdanig verouderd dat het tijd
werd voor een nieuwe. De school heeft geen eigen dyslexiebeleid en ik kreeg ook
weinig tot geen informatie over de gang van zaken rondom dyslexie: het constateren
en het werken ermee. Het boekje Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep
1-2 geeft mijn inziens daar ook geen richtlijnen aan, dit boekje is opgesteld
om leesproblemen of dyslexie te signaleren, niet om er mee te leren omgaan.
Sterkte/zwakte
analyse – conclusie
Sterk is dat de basisschool direct met het
juiste Protocol werkt. Ook goed is dat dit sinds kort vernieuwd is en dat zij
zodanig de nieuwste versie van het Protocol hebben. Echter was het oude
protocol ook zodanig verouderd dat ik dit een beetje schandalig vind; wat ik
terug vond waren documenten uit 2001! Daarnaast weten slechts een aantal
docenten wat het Protocol is, dat dit op de school aanwezig is en waar dit te
vinden is. Ik kan het begrijpen dat je een aantal docenten in de school een
soort experts maakt op dit gebied, maar dat de andere helft er dan gewoon niets
van af weet, vind ik slecht. En zelfs de ‘experts’ wisten eigenlijk niet
precies hoe het werkt. Toevallig was de duo van mijn mentor een van de docenten
die er iets van af wist, maar zij vond het wel erg prettig dat ik die toetsjes
ging doen en schoof al het werk op mij af. Nadat ik bij haar kwam met de
uitgewerkte resultaten vroeg ze me van alles om erachter te komen wat ik had
gedaan. Ik had niet het idee dat ze begreep hoe ik aan de resultaten kwam en
wat die resultaten dan lieten zien… Niet zo goed dus dat er niemand het
Protocol lijkt te beheersen.
Verder is er naast het boekje Protocol
Leesproblemen en Dyslexie geen verder plan om leerlingen te helpen met
dyslexie. En mocht dit er toch zijn: het is me niet laten zien. Bewust of
onbewust? Al met al vind ik het niet erg positief. Zorg dat er meer docenten echte
experts worden en dat je terug kunt grijpen op vooraf opgestelde protocollen en
‘handelingsplannen’.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten