zaterdag 7 april 2012

Toepassingskaart 8: Dyslexie Jonge Kind

Doelen:
-          Je bent op de hoogte van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1- 4.
-          Je oefent met signaleren van dyslexie in groep 1-2, groep 3 of groep 4.
-          Je bent op de hoogte van het dyslexiebeleid op je stageschool.
-          Je kunt een vergelijking maken tussen het dyslexiebeleid op je stageschool en het Protocol Leesproblemen en Dyslexie.
-          Je kunt knelpunten benoemen t.a.v. de uitvoering van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie.
-          Je kunt het dyslexiebeleid van je stageschool verwoorden in intervisie.
-          Je kunt het dyslexiebeleid van je stageschool vergelijken met andere scholen.
-          Je kunt je visie op dyslexiebeleid verwoorden.

Signaleringlijst van twee leerlingen


Leerling S
Leerling H
Specifieke risicofactoren
Geen dyslexie in de familie, wel een vertraagde spraak-/ taalontwikkeling; hiervoor gaat S. naar logopedie. Er zijn geen gehoorproblemen en S. beheerst het Nederlands voldoende. Het is echter onduidelijk of er thuis wordt voorgelezen.
Geen dyslexie in de familie, verder ook geen problemen met de taalbeheersing, het gehoor of de spraak. De leerkracht ziet geen problemen met het snel benoemen van kleuren.
Oordeel leerkracht
Voorziet geen problemen in groep 3.
De leerkracht voorziet wel problemen in groep 3, maar dit hoeft geen verband te hebben met taal. De werkhouding van H. is slecht en hierdoor zou hij bepaalde cognitieve dingen niet mee krijgen.
Boekoriëntatie en verhaalbegrip
S. zou genieten van voorleesactiviteiten en dit gedrag ook imiteren in de leeshoek. Al leest S. niet altijd een boek volgens de juiste richtingen. S. gebruikt mondelinge taal om het verhaal “voor te lezen”. Er wordt ook niet altijd aandachtig geluisterd: S. reageert niet op het verhaal. Het spontaan reageren, vragen stellen en het naspelen van het verhaal gebeurt niet. Wanneer er naar gevraagd wordt, kan S. matig voorspellingen doen over de tekst en korte verhalen navertellen.
Ook H. geniet van voorleesactiviteiten, maar H. reageert hier wel op. Zijn reacties sluiten echter niet op het verhaal aan. H. luistert ook niet aandachtig naar het verhaal. Ook hij kan matig voorspellingen doen over de tekst, stelt geen vragen over de tekst uit zichzelf en heeft veel moeite om een verhaal na te spelen. H. imiteert wel graag voorleesgedrag en kan daarbij matig de juiste richtingen volgen. Het verhaal kan H. kort navertellen en H. gebruikt bij het voorlezen soms mondelinge taal, benoemt soms nog de plaatjes.
Functie van geschreven taal en relatie tussen gesproken en geschreven taal
S. is zich zeer bewust van de functie van de geschreven taal en scoort ook positief op al deze onderdelen. Als S. zelf schrijft, gebeurt dit al met klank - letterkoppelingen.
Ook H. is zich bewust van de functie van geschreven taal en scoort goed op alle onderdelen. H. schrijft nog met letterachtige vormen, maar gaat richting het schrijven van herkenbare letters.
Taalbewustzijn en alfabetisch principe
Rijmen gaat S. volgens de docent goed af. Het analyseren en de auditieve synthese gaan S. niet zo makkelijk af. Ook het benoemen van letters is nog wat zwak.
H. kan rijmpjes en versjes goed onthouden, maar experimenteert zelf nog weinig met rijm. Ook bij H. gaat het analyseren en synthetiseren nog niet goed en de letterbeheersing schijnt volgens de docent nog zwak te zijn.
Functioneel lezen en schrijven
S. schrijft niet uit zichzelf, maar vraagt de leerkracht wel om iets op te schrijven. S. is niet nieuwsgierig naar het lezen en schrijven en doet dit ook niet actief.
H. schrijft niet uit zichzelf en vraagt hier ook niet om bij de leerkracht. Ook H. is niet nieuwsgierig naar het lezen en schrijven en doet dit niet actief in de schrijf/ leeshoek.

Uitslagen kleuren- en lettertoets

·         Kleurentoets
Naam
Score kleuren (tijd in sec) – groepsgemiddelde
Aantal goed benoemde kleuren - groepsgemiddelde
Opmerkingen
Oefenen
Huib
27 – 21 (+6)
20 – 20
H. gooit de beginklanken door elkaar, maar verbetert dit tijdens het zeggen van het hele woord. “Gggg… blauw, rrr… geel”
ja
Saar
19 – 21 (-2)
20 – 20
Zeer snel in het begin, later vertraagd S.
nee

·         Lettertoets
Naam
Aantal goed benoemde letters
Groeps-gemiddelde
Opmerkingen
Oefenen
Huib
7
9 (-2)nngen benoemde letters - groepsgemiddeldep alle onderdelen. H. schrijft nog met letterachtige vormen, maar gaat richting h
H. refereert naar zijn eigen naam en maakt daardoor fouten (b – p). Herkent de letters dus wel passief, maar actief beheerst H. de juiste klank-tekenkoppeling nog niet.
ja
Saar
4
9 (-5)
S. herkent nog weinig letters, maar kent bij de hoofdletters wel de eigen letters van de naam.
ja

Resultaatbespreking met mentor
Bij het invullen van de signaleringslijst gaf mentor M. Ruiter al een aantal typeringen aan van de leerlingen. Zo zouden beide leerlingen geen goede letterbeheersing hebben. Toen de resultaten haar werden voorgelegd, was zij ook niet verbaasd. Omdat ik alle leerlingen uit groep 2 heb getest, waren er meer leerlingen te bespreken die opvielen. Voor mentor M. Ruiter was dit soms echt verbazend. Enkele leerlingen laten volgens haar normaal gesproken wel zien dat ze het kunnen, maar in de lettertoets vielen de leerlingen dan bijvoorbeeld ernstig uit.

Zowel leerling S. als leerling H. vallen niet ernstig uit bij de kleurentoets. Wel is leerling H. iets langzamer dan de gestelde norm van 25 seconden. Volgens het protocol is oefenen echter pas nodig bij een tijd van (meer dan) 30 seconden. Volgens mentor M. Ruiter is leerling H. een radende “lezer”. H. is snel afgeleid en vind het lastig om zijn aandacht er geheel bij te houden en zich ergens op te concentreren. Hierdoor zijn ook de vreemde beginklanken (zie punt 2, tabel 2: lettertoets) voor haar geen vreemd gegeven.

Bij de lettertoets vallen zowel leerling S. als leerling H. iets uit. Leerling H. kent toch wel het aantal letters dat als norm wordt gesteld in het protocol (6), maar refereert de letters nog niet naar de juiste woorden en klanken. Het passief herkennen zit bij hem wel goed, maar het actief benoemen blijkt lastiger. Bij leerling S. ligt het niveau van letterherkenning nog wat zwak. Omdat uit de lettertoets blijkt dat meer leerlingen rondom de norm zweven, wil mentor M. Ruiter dit oplossen met een klein groepsplan. Door meerdere kleine kringen te organiseren waarin letters, klank – tekenkoppeling en actief benoemen van letters centraal staan, hoopt zij het niveau te verhogen.
De kleur- en lettertoets zal in juni nogmaals worden afgenomen om te kijken of dit plan zijn doel heeft bereikt.

Daarnaast zullen enkele leerlingen meer begeleiding krijgen bij het ontwikkelingsmateriaal in de klas. Er zal specifiek worden gekeken naar welke spelletjes geschikt zijn om de letterherkenning en het actieve benoemen daarvan te bevorderen.

Dyslexiebeleid basisschool De Alleman
Basisschool De Alleman werkt sinds kort met het nieuwste Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-2. Daarvoor werkte de school ook al met dit systeem, maar deze was dusdanig verouderd dat het tijd werd voor een nieuwe. De school heeft geen eigen dyslexiebeleid en ik kreeg ook weinig tot geen informatie over de gang van zaken rondom dyslexie: het constateren en het werken ermee. Het boekje Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 1-2 geeft mijn inziens daar ook geen richtlijnen aan, dit boekje is opgesteld om leesproblemen of dyslexie te signaleren, niet om er mee te leren omgaan.

Sterkte/zwakte analyse – conclusie
Sterk is dat de basisschool direct met het juiste Protocol werkt. Ook goed is dat dit sinds kort vernieuwd is en dat zij zodanig de nieuwste versie van het Protocol hebben. Echter was het oude protocol ook zodanig verouderd dat ik dit een beetje schandalig vind; wat ik terug vond waren documenten uit 2001! Daarnaast weten slechts een aantal docenten wat het Protocol is, dat dit op de school aanwezig is en waar dit te vinden is. Ik kan het begrijpen dat je een aantal docenten in de school een soort experts maakt op dit gebied, maar dat de andere helft er dan gewoon niets van af weet, vind ik slecht. En zelfs de ‘experts’ wisten eigenlijk niet precies hoe het werkt. Toevallig was de duo van mijn mentor een van de docenten die er iets van af wist, maar zij vond het wel erg prettig dat ik die toetsjes ging doen en schoof al het werk op mij af. Nadat ik bij haar kwam met de uitgewerkte resultaten vroeg ze me van alles om erachter te komen wat ik had gedaan. Ik had niet het idee dat ze begreep hoe ik aan de resultaten kwam en wat die resultaten dan lieten zien… Niet zo goed dus dat er niemand het Protocol lijkt te beheersen.
Verder is er naast het boekje Protocol Leesproblemen en Dyslexie geen verder plan om leerlingen te helpen met dyslexie. En mocht dit er toch zijn: het is me niet laten zien. Bewust of onbewust? Al met al vind ik het niet erg positief. Zorg dat er meer docenten echte experts worden en dat je terug kunt grijpen op vooraf opgestelde protocollen en ‘handelingsplannen’.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten