zaterdag 7 april 2012

Toepassingskaart 6: Observatie leerprobleem (tijdsteekproef)

Doelen:
-          Je kunt aan de hand van de tijdsteekproef het gedrag van een niet-taakgerichte leerling benoemen.
-          Je begeleidt een niet-taakgerichte leerling gedurende minimaal 3 dagen/lesmomenten en meet op systematische wijze of de aanpak invloed heeft gehad op de taakgerichtheid van de leerling.

 Tijdens het overleg over deze opdracht met de mentor kwam ik erachter dat wij dezelfde leerling in ons hoofd hadden. Het lot viel dus op leerling H. Zijn beginsituatie heb ik in kaart proberen te brengen met een startobservatie door de tijdsteekproef uit te voeren.

Uitslag tijdsteekproef, afgenomen op dinsdag 10 april tijdens het spelen en werken

Taakgericht gedrag
44,3 %
Dagdromen, rondkijken
24,3 %
Contact medeleerling
11,4 %
Contact leerkracht
6,7 %
Opstaan, rondlopen
13,3 %

Leerling H. heeft moeite met het opstarten van een taak. Nadat hij op gang is gekomen, lukt het hem best wel om een tijd aan de gang te zijn. Wel heeft hij dan ondertussen wat contact met andere leerlingen of kijkt hij om zich heen. Na een tijd van ongeveer tien minuten wordt het percentage taakgericht gedrag steeds minder.

Begeleiding/aanpak van taakgericht gedrag leerling H.
Er zijn drie momenten waarop leerling H. aangesproken kan worden. Deze momenten liggen vooral tijdens het spelen en werken, wanneer H. een taak moet volbrengen.
-          Moment 1: H. gaat aan het werk met zijn werkboekje. Ik wijs hem erop dat ik erop ga letten hoe snel hij aan het werk kan zijn. Het werk moet wel netjes blijven, maar hij mag laten zien hoe goed hij aan de slag kan gaan.
-          Moment 2: H. gaat opnieuw aan het werk met zijn werkboekje. Dit keer gaat het opstarten al veel beter. Ik zeg hem dat ik ga kijken of hij zijn werk ook helemaal alleen kan doen, zonder hulp van vriendjes.
-          Moment 3: Op dit laatste moment wil H. graag zijn werkboekje afmaken. Ik zeg hem dat ik dat heel knap zou vinden, maar dat hij wel netjes moet werken. Hij gaat zijn best voor me doen.

Door de duidelijke aanwijzingen wil ik H. helder laten krijgen wat ik van hem verwacht. Het werk gaat heel goed. Het kleuren doet hij heel netjes, hij werkt heel taakgericht en H. laat me steeds zien hoe goed hij bezig is.

Tijdsteekproef, afgenomen op dinsdag 17 april tijdens het spelen en werken

Taakgericht gedrag
75,5 %
Dagdromen, rondkijken
6,7 %
Contact medeleerling
17,8 %
Contact leerkracht
0 %
Opstaan, rondlopen
0 %

Conclusie/bevindingen
Het werk van H. gaat vooruit. Hij is langer bezig met zijn taak en blijft op zijn plaats zitten. Wel heeft hij iets meer contact met medeleerlingen, maar in de meeste gevallen ging ook dit over de taak. Wanneer H. het leuk vindt om iets te doen, lijkt hij het makkelijker ‘vol te houden’. Ik durf niet met zekerheid te zeggen dat de begeleiding de oorzaak is van dit gedrag of dat H. gewoon heel veel zin had in het kleuren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten